Een opdracht voor het vak schrijftraining. De opdracht was: zoek een foto en maak hier een verhaal bij.

Verlof

Ongeduldig tikt ze met haar vingers op de houten tafel. Haar blik gericht op het tafelblad vol met kringen van glazen die er hebben gestaan. Het gevoel van bekeken te worden doet haar opkijken en ze ziet Nicolaas bij de bar staan. Hij heeft zijn uniform nog aan, ze zijn rechtstreeks na zijn thuiskomst hier naar toe gegaan; een klein, donker café met de tafels en stoelen zo dicht bij elkaar dat geen mens zich fatsoenlijk kan bewegen. Ze zucht. Veel liever was ze thuis gebleven, maar had ingestemd met Nicolaas’ idee om wat te gaan drinken.

Ze ziet hoe hij zich een weg baant tussen de stoelen en tafels door, de meeste bezet met andere soldaten die er ook voor gekozen hebben om tijdens hun korte verlof gezellig iets te gaan drinken met hun vriendin of maten. Hun ogen ontmoeten elkaar en hij glimlacht, de glazen met rode wijn hoog in de lucht om er voor te zorgen dat er nog wat te drinken overblijft.

‘Het was druk.’

Ze knikt op de voor de hand liggende opmerking. ‘Het is je gelukt, Nicolaas.’

Hij gaat tegenover haar zitten. Een ongemakkelijk stilte hangt er tussen hen in. Beide weten niet goed wat ze tegen elkaar moeten zeggen na elkaar anderhalf jaar niet gezien te hebben. Die verdomde oorlog ook. Langzaam draait ze haar wijsvinger over de bovenkant van het wijnglas, terwijl haar ogen strak gericht blijven op de beweging.

‘Esther…’ Bij het horen van haar naam, kijkt ze hem aan. ‘Het lijkt alsof je hier niet wilt zijn.’

Ik wil hier ook niet zijn! Ik zit veel liever thuis! Alleen, met jou! En niet met al die andere soldaten om ons heen waar we continue herinnert worden dat dit alles alleen maar schone schijn is! wil ze roepen, maar het enige wat ze zegt is: ‘Ik vind het prima.’ En ze neemt een slok.

Nicolaas brengt het glas naar zijn mond en wil net een slok nemen als hij op dat moment een vriendschappelijke klap op zijn schouder krijgt. ‘Nicolaas! Wat leuk jou hier te zien!’ Hij kijkt op en ziet één van zijn legerkameraden staan. ‘Pieter, ook met verlof?’

‘Zoals je ziet, jullie vinden het vast niet erg als ik even aanschuif.’

Nou, eigenlijk wel. Het ligt op het puntje van zijn tong, maar hij schudt alleen zijn hoofd. Hij gluurt naar de overkant. Het gezicht van Esther staat op onweer, ze is duidelijk niet blij met de intrusie op hun samen zijn.

‘Klaar om er weer tegen aan te gaan?’

‘Ik zal wel moeten.’ Nicolaas’ blik blijft op Esther gericht.

‘Man, dat klinkt alsof je er liever voor kiest om weg te blijven. Je weet wat ze doen met deserteurs, niet?’

‘Alleen dat idee, maakt dat ik wel terug zal keren.’ Nicolaas kijkt zijn maat nijdig aan en staat op. ‘Als je ons wilt excuseren, wij moeten gaan.’

Esther kijkt hem verbaasd aan, maar staat snel op. Ze glimlacht vluchtig naar de kameraad van Nicolaas en loopt dan snel achter hem aan. In de te kleine ruimte waar hun jassen hangen staat hij al klaar met haar jas in zijn handen. Ze loopt naar hem toe en hij helpt haar in haar jas. Ze kijkt hem dankbaar aan en hij geeft een knikje met zijn hoofd. Als ze haar jas aan heeft, grijpt ze zijn hand en verstrengelt haar vingers met die van hem en loopt voor hem uit naar buiten. Hij volgt en neemt zich voor om dit korte verlof dat hij heeft, alleen met haar door te brengen.